Een interview met adjunct-hoofdredacteur van het Parool: Rob Siebelink
Hij liep mee met het Oranjelegioen in 1988, sprak met de politiek leider van de IRA, zwierf als zwerver twee week door Breda en Rotterdam, en deed verslag vanuit de schuttersputjes in Bosnië. Maar het meest ken je de adjunct-hoofdredacteur van het Parool, Rob Siebelink, van het beroemde interview met oorlogsmisdadiger Karachich. “ Ik ben eigenlijk nooit bang, behalve voor Dobermann Pinchers”.
Journalistiek lijkt een informatief, boeiend, en veelzijdig beroep. Maar wat houd het beroep in? En is dit beroep ook weggelegd voor historici?
De krant is een complex systeem waar veel mensen aan verbonden zijn. Zo is er een duidelijke scheiding tussen de redactionele en de directionele kant van de krant. De hoofdredacteur en de adjunct-hoofdredacteuren vormen samen de hoofdredactie. Onder de hoofdredactie staan de redactiechefs, zij zorgen voor hun deel van de krant. Dit kan variëren van kunst tot regionaal nieuws. Onder de redactiechefs vallen de verslaggevers, fotograven en allerlei andere mensen die met dat deel van de krant bezig zijn.
De directie van de krant is direct ook de uitgever. De directionele kant van de krant houd zich vooral bezig met de financiële kant, de redactionele kant vooral met de inhoud van de krant. Onder de directionele kant van de krant vallen onder andere ict-medewerkers, promotieteams en dergelijke.
Siebelink begon zijn carrière bij de Drenths-Groningse pers, een regionale krant die later is gefuseerd tot het Dagblad van het Noorden. Sindsdien heeft Rob zich van regioverslaggever omhoog gewerkt tot redactiechef van het Dagblad van het Noorden en tot uiteindelijk adjunct-hoofd-redacteur van het Parool.
“Als adjunt-hoofdredacteur bij het Parool ben je de hele dag wel zoet”, zegt Siebelink. ’s Ochtends rond een uur of acht neem je met een kop koffie in je hand snel de koppen van andere kranten door, zo selecteer je het belangrijkste nieuws. Ondertussen onderhoud je de contacten met de persbureaus. Daarna volgt er een vergadering tussen de hoofdredactie en de verslaggevers en daar wordt snel doorgenomen wat er die dag gebeurd moet gebeuren. Na de vergadering komen verslaggevers met vragen, opmerkingen, afwijzingen en dergelijke. Zo wordt langzamerhand de krant gevormd. Omdat het Parool een middagkrant is, is om kwart voor twaalf ’s middags de deadline en moeten alle stukken ingeleverd worden. Elke pagina wordt apart verstuurd, zodat er een constante stroom naar de pers plaatsvindt. “Tot een uurtje of vijf ben je bezig, daarna duik je de kroeg in.”
Als journalist maak je veel mee. Zo verdiepte Siebelink zich als regioverslaggever in de fusie van enkele scholen tot de scholengemeenschap die nu bekent staat als het Dr. Nassaucollege. “Ik was zo in dit onderwerp verdiept, en had zulke nauwe banden en connecties, dat ik eigenlijk alles eerder wist dan de wethouder en diens ambtenaren die zich over deze kwestie bogen. Achteraf zeiden ze ook tegen mij: “Wat hebben wij een last van jou gehad.” Dat zag ik als een groot compliment.”
Siebelink staat het meest bekent om het interview met oorlogsmisdadiger Radovan Karachich, oud-president van Bosnisch Servië. “Ik sprak hem toen de beschuldigingen van het Joegoslaviëtribunaal net naar buiten waren gekomen, net voordat hij onderdook. Het was het langste interview dat ik ooit had gehouden, bij elkaar zo’n 6 uur. Ik wees hem op de beschuldigingen, maar hij voelde zich nergens verantwoordelijk voor. Hij gaf zo zijn redenatie: “Als er in Amsterdam een moord wordt gepleegd, dan is Kok toch ook niet verantwoordelijk?” Hij ontkende niet dat er verkeerde dingen waren gebeurd onder zijn bewind, maar vond de beschuldigingen van het tribunaal belachelijk.”
Na de publicatie van het stuk over Karachich kreeg Siebelink een enorme persaandacht. “De pers smulde van mijn interview, al gauw stond er een horde journalisten voor mijn deur. Ik vond het maar absurd, ik deed immers alleen maar mijn werk. Daarnaast heb ik ook wel betere stukken geschreven.”
“Een van mijn zwaarste momenten binnen mijn loopbaan was wel het zwerven door Breda en Rotterdam. Ik kreeg als opdracht om een maand te gaan zwerven door Breda en Rotterdam, het enige wat ik meekreeg was 50 gulden en twee flessen whisky. Het was ook niet zo maar een zonnige zomermaand, het was november. Het klinkt misschien niet heel zwaar, maar je wordt gesloopt door het idee te hebben geen vaste slaapplek te hebben en je verveelt je te pletter. Ik heb het uiteindelijk twee week kunnen volhouden.”
Het klinkt helemaal niet gek om na je bachelor geschiedenis een master journalistiek te gaan doen en dan te gaan werken voor een krant. Je bent gedrild tot een boekenverslindende boekenwurm, je onderzoekstalenten overstijgen die van Peter R. de Vries en je hebt geleerd dat het schrijven van een essay verder gaat dan copiepasten van een willekeurig wikipedia-artikel. Vinden historici een goed heenkomen in de journalistiek?
“Geschiedenis staat sowieso wel centraal in de journalistiek, het klinkt cliché maar het heden is pas te verklaren als je het verleden ook begrijpt,” zegt Siebelink. “Op de redactie werken heus mensen met een historische achtergrond. Iedereen heeft wel iets met geschiedenis, er is een hoop interesse en passie in het vak. Dat moet ook, wil je bepaalde dingen kunnen verklaren.”
Wel heeft Siebelink een aantal opmerkingen voor ons als geschiedenisstudenten. “Niet elke historicus is vanzelfsprekend een goede schrijver. Sommige historici kunnen heel goed denken maar simpelweg niet typen. Daarnaast moet je wel van je academisch niveau kunnen afstappen, wil je de gewone lezer kunnen bereiken. Historici geven ook soms te vaak hun mening, in plaats van een objectieve benadering te geven. ‘Facts are sacred, commends are free’, is een goede les voor historici die later bij de krant willen werken. Je moet de feiten en meningen goed van elkaar kunnen scheiden wil je een goed stuk schrijven. Je moet kort en bondig schrijven, met enkele woorden rake klappen uitdelen, in plaats van alles uit te braken wat er op je tong ligt.”
Op de vraag of de krant nog wel toekomst heeft zegt Siebelink: Er zijn nog nooit zoveel kranten in Nederland geweest dan nu. Het is waar dat we veel meer concurrentie ondervinden, vooral van de gratis kranten. Maar wat je ziet is dat de massamedia zoals internet en televisie alleen gebruikt worden om iets op te zoeken; hoe heeft FC Groningen gespeeld, wat is het nieuws? Steeds meer mensen gebruiken de krant om zich in het onderwerp te verdiepen. Je ziet het met de kredietcrisis, er worden meer kranten verkocht omdat men er meer van wil weten. En daar er ook rustig voor willen zitten.
Zoals de beroemde schrijver Heinrich Hein ooit schreef: ik heb geen tijd om je een korte brief te schrijven, daarom schrijf ik je maar een lange. Het is een kunst om een kort en pakkende tekst te schrijven, in plaats van al je hersenspinsels op tafel te gooien. Siebelink: “De hele tweede wereldoorlog kan immers op een A4’tje.”
Stuur door
Dit is niet OK