Ik ben best wel zielig. Ik heb astma, waardoor ik op weg naar de faculteit wel twee keer aan mijn Ventolin moet lurken om op een slakkengangetje door de Groningse straten te komen. Ook heb ik last van allergie. Ik ben allergisch voor steenvruchten, noten, gras, hooi, stro huisstofmijt en beesten met haar, vooral paarden. Ik ruik paarden al op enkele kilometers afstand, waardoor mijn neushaartjes recht overeind gaan staan en ik binnen een mum van tijd verander in een wandelende snottermachine. Zoals ik zei; ik ben best zielig.
Omdat ik zo zielig ben, moest ik naar het Astmacentrum Davos, een plek in de Zwitserse Alpen dat op een hoogte van 1500 meter ligt. Daar is immers “de lucht zo schoon”. Daar was geen huisstofmijt, daar waren nauwelijks pollen, en ja, met de paarden viel het ook nog wel mee. Maar wie ik daar in mijn groepje aantrof, overtrof mijn zieligheid met een factor die zelfs die van de Vegan Streaker overschreed.
R. was 16 jaar. Ze kwam uit Katwijk aan Zee en ze was gereformeerd. Nou ik kan je garanderen: toen de Heere haar schiep, had hij óf geen bril op, óf hij was dronken. Hoe kan je IN GODSNAAM zo’n persoon op de aarde zetten, dat is toch een pure duivelsstreek?
Laten we beginnen met haar uiterlijk. Haar hoofd bestond uit een groot scala van puisten en ze had gezichtsbeharing waar een Talibanstrijder nog u tegen zou zeggen. Naast het feit dat ze alleen maar rokken tot haar enkels mocht dragen was haar kledingstijl best in mode in het jaar 1292. Gecombineerd met enkele kniekousen en u heeft een goed beeld van het personage waar ik vijf maanden mee moest optrekken.
Ook haar familie was lichtelijk gezegd frappant. Het was geen familie meer, het waren coaches tezamen met een geheel voetbalelftal bestaande uit broers en zussen met een verschil van twintig jaar in leeftijd, allen van hetzelfde uiterlijk als dat van R. Ik zal er niet raar van opkijken als deze familie over 20 jaar te bezichtigen is in Artis.
Nu zult u zeggen dat zulks soort mensen juist hierdoor een goed karakter hebben, maar schijnt bedriegt. Mijn andere groepsgenoten probeerden hun conditie flink op te krikken door middel van het brede programma dat het astmacentrum te bieden had. We gingen wandelen in de bergen, hardlopen, fietsen, skièn, klimmen, boksen en zwemmen. R. deed echter met niets mee. Waarom? Haar rok zat in de weg. En bij het zwemmen was een badpak veels te bloot. Daar was ik het dan wel weer mee eens.
Elke week kreeg R. een nieuwe cd met kerkmuziek van haar ouders. Dit draaide ze zondag van 10 tot 2. Sindsdien haat ik orgelmuziek. Elke keer als ik als geschiedenisgeiler in een dom of authentiek kerkje kom en er speelt orgelmuziek, dan denk ik aan die vijf maanden met R.
Schelden kon natuurlijk niet in huize R. In plaats van het opluchtende godverdomme! of godsgloeiendekankertyfus! had R. haar eigen scheldwoorden. Zo gebruikte R. de woorden: sodemaggebrammetjes, grammebraggies, brammegrammetjes en meer woorden met veel bram of gram, afgerond tot een schattig verkleinwoordje.
Mijn avontuur met R. nam tegen het einde van mijn opname een nogal dramatische wending. R. bleek de 10 geboden niet uit haar hoofd te weten en ze stal 150 Frank van een groepsgenoot van mij, waardoor ze door de directie van het astmacentrum regelrecht op de trein richting Katwijk werd gezet.
Wat er daarna met R. is gebeurd weet ik niet. Waarschijnlijk is ze met haar hele familie uit de kerk gezet en zijn ze nu te bezichtigen in Artis. Ik ben plotsklaps van mijn zelfmedelijden afgestapt. Ik ben helemaal niet zielig. Maar ik hou nog steeds niet van paarden.
Vincent Hazelhoff 25 augustus 2009
Dit verhaal is echt gebeurd, alhoewel er een overdreven tintje aan gegeven is. Het is immers een column
Stuur door
Dit is niet OK